maart 2015

Klimaatbeleid: norm en praktijk van schone voertuigen

Nederland stuurt via de autobelastingen op de aanschaf van nieuwe personenauto’s met een lage CO2 uitstoot. Dit gebeurt via de aanschafbelasting (bpm), de motorrijtuigenbelasting (mrb) en de fiscale bijtelling voor zakelijke auto’s. De vergroening van de autobelastingen die in Nederland sinds 2006 is ingezet, is erg effectief geweest om de verkoop van zuinige auto’s met lage CO2-uitstoot te stimuleren (PBL 2014). Het gaat daarbij zowel om een toename in de verkoop van auto’s met zuinige technieken/ brandstoffen, als om kleinere auto’s. Het vergroeningsbeleid heeft er toe geleid dat Nederland koploper is qua verkoop van zuinige nieuwe auto’s (zie tabel 6).

Tabel 6



Bron: CO2 emissions from new cars in Europe: Country ranking (T&E 2014)

Het fiscale beleid heeft ook een keerzijde: de inkomsten uit de BPM en bijtelling zijn sterk afgenomen, door de nadruk op CO2-reductie (en de daarmee gepaard gaande verdieseling van het wagenpark) is de uitstoot van luchtvervuilende emissies minder snel afgenomen dan verwacht en er hebben zich verstoringen voorgedaan op de automarkt (CE Delft 2014, PBL 2014).

Daarnaast is de fiscale prikkel imperfect. Dit heeft te maken met het verschil tussen norm en praktijk CO2 emissies. Terwijl de belastingen gebaseerd zijn op de norm CO2 emissie kunnen in de praktijk de emissies sterk afwijken van de norm. Daarmee worden soms personenauto’s gestimuleerd dit in de praktijk niet zoveel besparen als verwacht. Onderzoek van TNO (TNO 2013) laat zien hoe norm en praktijk gemiddeld verschillen (zie Figuur 4) . De punten geven aan wat het praktijkverbruik (aflezen op y-as) is van auto’s met een bepaald normverbruik. Zowel bij hoge als bij lage normverbruiken zijn de emissies in de praktijk gemiddeld circa 50 g/km hoger. Bij deze zeer lage normverbruiken is het verschil met de praktijk nog groter dan 50 g/km. In deze categorie zitten voornamelijk de plug-in hybrides. In de praktijk blijkt veel minder elektrisch gereden (en dus geladen) te worden dan in de bepaling van de normverbruikcijfers wordt aangenomen.

Figuur 4: Norm- en praktijkverbruik van personenauto’s met datum van eerste toelating in 2012


Bron: “Praktijkverbruik van zakelijke personenauto’s en plug-in voertuigen” (TNO 2013)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten